Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK B › Afdeling 5

Artikel B.5.10

Neerzetten van fietsen, bromfietsen of gelijksoortige voertuigen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1.. Het is verboden op of aan de weg een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien: dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; daardoor die ingang versperd wordt. 2.. Het is verboden een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig op zodanige wijze op een voetpad of trottoir te plaatsen of te laten staan, dat de doorgang daardoor wordt belemmerd. 3.. Het college kan, ter voorkoming van overlast en ontsiering van het straatbeeld, gebieden aanwijzen waar het verboden is een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig buiten de daarvoor aanwezige stallingmogelijkheden te plaatsen of te laten staan. 4.. Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets, bromfiets of een gelijksoortig voertuig te bevinden op een terrein waar een evenement, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel