Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK B › Afdeling 5

Artikel B.5.6

Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1.. Het is verboden tegen de wil van de bewoner of de gebruiker van een gebouw zich te bevinden op een stoep of vensterbank of te leunen tegen een deur of raam dan wel op een andere, voor de bewoner of gebruiker storende wijze gebruik te maken van een gebouw of een gedeelte daarvan. 2.. Het is aan een ander dan een bewoner of gebruiker van een gebouw verboden zich zonder redelijk doel of op voor anderen hinderlijke wijze te bevinden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimten in dat gebouw.

Rechtspraak bij dit artikel