In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding;
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding;
seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of
vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
elkaar;
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen
of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof
zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een
andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
uitgeoefend;
sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
worden verkocht of verhuurd;
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting,
escortbedrijf of sekswinkel exploiteert of exploiteren en de
tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
personen;
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in
een seksinrichting, escortbedrijf of sekswinkel
bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting of
sekswinkel met uitzondering van:
1 de exploitant;
2 de beheerder;
3 de prostituee;
4 het personeel dat in de inrichting werkzaam is;
5 toezichthouders;
6 andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
dringende redenen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK C › Afdeling 1
Artikel C.1.1
- Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005