In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
bedrijfsmatig, in een amvang alsof zij bedrijfsmatig anders was
of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
verricht die in verband houden met dan wel inherent zijn aan het
exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt
aangeduid als een growshop, headshop of smartshop;
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
of rechtspersonen die een inrichting exploiteert en de tot
vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
bevoegde natuurlijke persoon of personen;
leidinggevende:
1. de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon
of
hun gevolgmachtigden, voor wiens rekening en risico de
inrichting wordt geexploiteerd;
2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de
exploitatie van de inrichting;
3. de natuurlijke persoon, die onmiddelijke leiding geeft aan de
exploitatie van de inrichting;
bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
uitzondering van:
1. de exploitant;
2. de leidinggevende;
3. het personeel dat werkzaam is in de inrichting;
4. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
F2;
5. andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel C.A.1 Begripsomschrijvingen
Artikel C.A.1 Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005