Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
veroorzaakt.
Het college, dan wel de burgemeester indien het veroorzaken van
geluidhinder verband houdt met een evenement, kan van het in het
eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of indien artikel B.2.1 vierde lid
van toepassing is, mits wordt voldaan aan de door het college bij
nadere regels vast te stellen voorschriften betreffende de aard,
situering en maximale geluidsniveaus van de toestellen of
geluidsapparaten.
HOOFDSTUK D › Afdeling 1
Artikel D.1.5
- Overige geluidhinder
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005