Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK F

Artikel F5

- Overgangsbepaling

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

1. Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid onder a, blijven – indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken, of totdat zij worden ingetrokken. 2. Vergunningen en ontheffingen als bedoeld in het eerste lid worden geacht vergunningen en ontheffingen in de zin van deze verordening te zijn. 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van de verordening als bedoeld in artikel F5, tweede lid onder a, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze aanvraag nog niet op de aanvraag is beslist, worden daarop de overeenkomstige bepalingen van deze verordening toegepast. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen op een bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid, onder a, zal de beslissing op het bezwaarschrift worden genomen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 5. De intrekking van de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid onder a heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de nadere regels, en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. 6. Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 van de verordening als bedoeld in artikel F4, tweede lid onder b genoemde regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na het inwerking treden van deze verordening bestaan. 7. Het college kan in afwijking van het zesde lid besluiten dat de op grond van de in het zesde lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens in Hoofdstuk E, Afdeling 5 van deze verordening gestelde voorschriften. 8. Bij het wijzigen van een naam of nummer als bedoeld in het zevende lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer, gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel E.5.7, eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel