Naar hoofdinhoud
Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de overeenkomstige artikelen 2, 3, 4, 4a respectievelijk 4b bepaalde volgorde worden afgeweken, met dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar gemaakt plan. Aan het bepaalde in het vorige lid wordt voorzover het omvangrijke afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties van onderwijspersoneel en de medezeggenschapsraad dan wel de gemeenschap-pelijke medezeggenschapsraad te hebben gehoord. Indien er sprake is van fusie van scholen kan het bevoegd gezag na overleg met belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties van onderwijspersoneel en de medezeggenschapsraad dan wel gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te hebben gehoord afwijken van het in artikel 4a, derde lid, onder c bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel