Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 1

Artikel 3:1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van 2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; - prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; - seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; - escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; - sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; - exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; - ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een hoogdrempelige inrichting, laagdrempelige inrichting, seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon; - leidinggevende: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; - bezoeker: degene die aanwezig is in een openbare inrichting, seksinrichting of escortbedrijf met uitzondering van: de levenspartner en kinderen van de exploitant, alsmede diens elders wonende bloed- of aanverwanten en die van zijn levenspartner, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; - voor zover het betreft een openbare inrichting: de personen die voorkomen in het voor die inrichting bijgehouden register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; - andere personen wier tegenwoordigheid ter plaatse noodzakelijk is;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel