In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot
het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding;
- prostituee: degene die zich beschikbaar stelt
tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
vergoeding;
- seksinrichting: de voor het publiek
toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische
massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
- escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep
van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
- sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke,
besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden
verkocht of verhuurd;
- exploitant: de natuurlijke persoon of personen
of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
escortbedrijf exploiteert dan wel exploiteren en de tot
vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
natuurlijke persoon of personen;
- ondernemer: natuurlijke persoon of
rechtspersoon die een hoogdrempelige inrichting, laagdrempelige
inrichting, seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de
wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon;
- leidinggevende: de natuurlijke persoon of
personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent dan wel
uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
- bezoeker: degene die aanwezig is in een
openbare inrichting, seksinrichting of escortbedrijf met
uitzondering van:
de levenspartner en kinderen van de exploitant, alsmede diens elders
wonende bloed- of aanverwanten en die van zijn levenspartner, in de
rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
- voor zover het betreft een openbare inrichting: de personen die
voorkomen in het voor die inrichting bijgehouden register, als
bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;
- andere personen wier tegenwoordigheid ter plaatse noodzakelijk
is;
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1
Artikel 3:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van 2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012