- Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college
is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college
aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
te stellen termijn, dan wel een schadevergoeding opleggen, waarbij
de boomwaarde als criterium wordt gehanteerd.
- Wordt een verplichting tot herbeplanting als bedoeld in het eerste
lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
beplanting moet worden vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
- Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede
of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11d
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van 2012-06 Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2012