Het college kan de vergunning intrekken indien
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft;
niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning daarvan gebruik is gemaakt;
de vergunninghouder daartoe verzoekt.