**1..** Het is verboden in de open lucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
**3..** De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde en veiligheid;
ter bescherming van de woon en leefomgeving;
ter bescherming van de flora en de fauna;
d.ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover:
op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften of artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van Strafrecht van toepassing is, of
het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke of het betreft vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar oplevert voor de omgeving.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.
Artikel 2.3.7.
Verbod vuur te stoken.
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening 1993.