Als uitgangspunt voor het grondprijsbeleid inzake parkeren gelden de bepalingen inzake parkeren in de bouwverordening, alsmede de voorgestane parkeeroplossingen vanuit het vigerende bestemmingsplan of de stedenbouwkundige randvoorwaarden. De exacte vorm waarin het parkeren wordt opgelost, varieert hierdoor (gebouwd/ongebouwd, op maaiveld/half verdiept/ondergronds).
Uitgangspunt voor het parkeerbeleid in de gemeente Kampen is dat het parkeren bij nieuwbouw ontwikkelingen zoveel mogelijk op eigen (uit te geven) terrein opgelost moet worden.
Afkoopsom parkeren binnenstad Voor de binnenstad van Kampen, het gebied tussen de IJsselkade en de Ebbingestraten, geldt het parkeerfonds. In dit gebied komt, door het realiseren van nieuwe wooneenheden boven winkelpanden en appartementen, een steeds grotere druk op de bestaande parkeervoorzieningen. Ook voor dit gebied geldt dat de parkeervoorzieningen zoveel mogelijk op eigen erf moeten worden gerealiseerd. Het college kan vrijstelling van deze verplichting verlenen door het opleggen van betalingsverplichtingen aan de bouwer/ontwikkelaar.
De afkoopsommen zijn € 7.464,00 (prijspeil 1 januari 2010 tot 1 januari 2012) voor de binnenstad en € 5.799,00 (prijspeil 1 januari 2010 tot 1 januari 2012) voor de binnenstad plus. Per 1 januari 2012 worden deze vergoedingen herzien op basis van de consumentenprijsindex (CPI) huishouden.
De gemeente krijgt daarmee de verplichting binnen 10 jaar in een straal van 1 kilometer van het bewuste pand openbare parkeergelegenheid aan te leggen. De afkoopsommen voor parkeren worden eens per twee jaar geactualiseerd.
Grondprijzen parkeren projectmatige woningbouw
Voor uitgifte ten behoeve van projectmatige woningbouw (eengezins- en meergezinswoningen) in de vrije sector wordt het parkeren verdisconteerd in de VON-prijs c.q. de uitgifteprijs van de grond. Over de VON-prijs wordt door de afnemer van de grond afgerekend naar rato van de van toepassing zijnde grondquote.
Bij meergezinswoningen met parkeren op eigen terrein zal in de uitgiftecontracten privaatrechtelijk de voorwaarde worden gesteld dat de parkeervoorziening niet afzonderlijk van de woning mag worden vervreemd. Hiermee wordt vermeden dat er een tekort aan stallingplaatsen ontstaat. Ook wordt op deze manier de afnemer van grond zekerheid geboden dat de gerealiseerde parkeerplaatsen kunnen worden afgezet.