In geval de gemeente de voorziening huurt is de totale kostprijs de huurprijs per jaar gedeeld door 13 periodes van 4 weken x 99 periodes. De eigen bijdrage per periode wordt berekend over de huurprijs per jaar gedeeld door 13 periodes.
In geval de gemeente een pgb verstrekt is de totale kostprijs het pgb per jaar gedeeld door 13 periodes van 4 weken x 99 periodes. De eigen bijdrage per periode wordt berekend over het pgb per jaar gedeeld door 13 periodes.
In geval van een verstrekking in eigendom is de totale kostprijs het totale bedrag voor de voorziening. De eigen bijdrage per periode wordt in dit geval berekend op basis van de totale kostprijs gedeeld door 7 jaar en 13 periodes.
Indien de totale kostprijs lager is dan € 500,- wordt het bedrag gedeeld door de laagste eigen bijdrage die van toepassing is, zoals vastgelegd in artikel 4:1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, om te komen tot het aantal periodes dat de belanghebbende een eigen bijdrage wordt opgelegd.
De eigen bijdrage wordt opgelegd voor elke nieuwe voorziening die wordt verstrekt. Hieronder vallen ook voorzieningen die worden verstrekt na heronderzoek, wanneer de bestaande voorziening onvoldoende compensatie biedt voor de beperkingen van de belanghebbende.
Er wordt geen eigen bijdrage gevraagd voor vervoersvoorzieningen in de volgende gevallen:
de voorziening bestaat uit accessoires, aanpassingen van hulpmiddelen (met uitzondering van autoaanpassingen), rijlessen of reparatie-, onderhouds- en keuringskosten die niet bij de eerste verstrekking van de voorziening in de kosten of het pgb zijn inbegrepen
Hoofdstuk
Artikel 5:4
Nadere regels eigen bijdrage
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning 2012