**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld
op:
vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de eerste categorie;
minimaal tien procent en maximaal honderd procent van de
bijstandsnorm gedurende minimaal een maand en maximaal drie
maanden bij gedragingen van de tweede categorie;
minimaal twintig procent en maximaal honderd procent van de
bijstandsnorm gedurende minimaal een maand en maximaal drie
maanden bij gedragingen van de derde categorie;
minimaal vijftig procent en maximaal honderd procent van de
bijstandsnorm gedurende minimaal een maand en maximaal drie
maanden bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** Indien de belanghebbende zich binnen twee jaar na bekendmaking van
een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig
maakt aan een verwijtbare gedraging, kan een maatregel, als bedoeld
in het eerste lid, worden opgelegd van een hoger percentage en/of
langere duur. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 10
– Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening sociale zaken