**1..** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte
of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, bedraagt de hoogte
van de maatregel, onverminderd artikel 2, tweede lid, tien procent
van het benadelingsbedrag, tot een maximum van EUR 600,--.
**2..** Indien de belanghebbende zich binnen twee jaar na bekendmaking van
een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig
maakt aan een verwijtbare gedraging, kan een maatregel, als bedoeld
in het eerste lid, worden opgelegd van vijftien procent van het
benadelingsbedrag, tot een maximum van EUR 900,--. Met een besluit
waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om
daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in
artikel 5, tweede lid.
**3..** De maatregel wordt opgelegd over de periode dat de gedraging heeft
plaatsgevonden. Indien de maatregel niet of niet volledig kan worden
opgelegd over de periode dat de gedraging heeft plaatsgevonden,
wordt deze maatregel opgelegd met ingang van de eerste kalendermaand
volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de
maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Alsdan wordt de
oplegging van de maatregel gelijkelijk verdeeld over maximaal twaalf
maanden, met een minimum van tien procent van de bijstandsnorm.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 12
– Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening sociale zaken