Het wettelijk recht als bedoeld in artikel 6.4, derde lid van de Wro wordt
verlaagd uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de aangifte
inkomstenbelasting of andere bescheiden in de twaalf maanden voorafgaand aan
het indienen van de aanvraag een inkomen heeft genoten ten bedrage van ten
hoogste 110 % van het wettelijk minimumloon, en wordt ten behoeve van hen
vastgesteld op € 100,-.