**1..** Het ‘una via’-beginsel sluit het opleggen van een vergrijpboete
op grond van de artikelen 67d of 67e AWR uit in gevallen waarin
ter zake van hetzelfde feit tegen de belanghebbende een
strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting
een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging
is vervallen omdat de belanghebbende aan de hem daartoe gestelde
voorwaarden heeft voldaan (transactie). Omgekeerd sluit het
opleggen van een vergrijpboete aan de belanghebbende
strafvervolging tegen hem ter zake van hetzelfde feit uit.
**2..** Het eerste lid houdt in dat de heffingsambtenaar het opleggen
van de vergrijpboete aanhoudt zodra hij weet dat bepaald gedrag
onderwerp is of kan zijn van een opsporingsonderzoek dan wel van
een strafrechtelijke vervolging. Indien de termijn waarbinnen de
belastingaanslag en de boetebeschikking moeten zijn opgelegd,
dreigt te verstrijken, treedt de heffingsambtenaar tijdig in
overleg met de betrokken opsporingsautoriteiten om te bepalen of
er definitief voor strafrechtelijke afwikkeling wordt gekozen of
dat er alsnog een vergrijpboete wordt opgelegd.