Naar hoofdinhoud
In het eerste lid van dit artikel wordt een onderwerp geregeld zoals dat aan de orde zal zijn in het zgn. constituerend beraad, de eerste vergadering van het college direct na de raadsvergadering waarin de wethouders zijn benoemd. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat het college als geheel de verantwoordelijkheid draagt voor de uitgeoefende taken, dit ondanks de portefeuilleverdeling en het eventueel gebruik maken van de mogelijkheid die in artikel 168 Gemeentewet geboden wordt (mandaat aan individuele leden van het college). Naast de verdeling van de werkzaamheden zal de onderlinge vervanging kunnen worden geregeld. In dit verband wordt gewezen op het gestelde in artikel 51 Gemeentewet waarin aan de raad de bevoegdheid (niet en plicht) wordt toegekend een waarnemer aan te wijzen. Wanneer tussen de leden van het college goede afspraken worden gemaakt over de onderlinge vervanging zal aan de toepassing van genoemd artikel weinig behoefte ontstaan en zal daarvan ook slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt (bijv. op verzoek van het college bij langdurige afwezigheid van één van de leden als gevolg van ziekte). Met het derde lid wordt voldaan aan het gestelde in artikel 77 Gemeentewet. Terwille van de nodige flexibiliteit is gekozen voor een algemene formulering.

Rechtspraak bij dit artikel