**1..** Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een wethouder, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen.
**2..** Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het ambt waargenomen door het oudste lid in jaren van de raad, tenzij de raad een ander lid met de waarneming belast.
**3..** Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester op de dag met ingang waarvan de zittende raad is afgetreden, zal het ambt worden waargenomen door een afgetreden wethouder aan te wijzen door het afgetreden college van burgemeester en wethouders of, bij ontstentenis van alle afgetreden wethouders, door het oudste lid in jaren van de afgetreden raad, een en ander totdat in de waarneming overeenkomstig het eerste en tweede lid is voorzien.
Hoofdstuk
Artikel 77 Gemeentewet
Artikel 77 Gemeentewet
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders.