Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Voorwaarden uitlenen van gelden

Onderdeel van Treasurystatuut 2005

Het college dient bij het uitlenen van gelden de volgende voorwaarden in acht te nemen: het uitlenen van gelden is slechts toegestaan indien de kasmiddelen dit toelaten. de uitlening van gelden kan uitsluitend plaatsvinden aan één van de volgende instellingen: publiekrechtelijke lichamen; instellingen zonder credit rating waarvan de verplichtingen volledig worden gegarandeerd door een publiekrechtelijk lichaam; instellingen met een credit rating of instellingen zonder credit rating waarvan de verplichtingen volledig worden gegarandeerd door een financiële instelling met een creditrating en wel als volgt: Voor uitleningen langer dan tien jaar dient de instelling een rating te hebben van Moody´s tripple A (Aaa) en / of Standard & Poors tripple A (AAA); Voor uitleningen tussen één en tien jaar dient de instelling minimaal een rating te hebben van Moody´s double A (Aa) en / of Standard & Poors double A (AA); Voor uitleningen voor een periode korter of gelijk aan een jaar dient de instelling minimaal een rating te hebben van Moody´s P-2 en / of Standard & Poors A-2; het beleggen van gelden in beleggingsproducten dient ten alle tijden risicomijdend te zijn. Bij het uitlenen van gelden anders dan aan genoemde instellingen (bijvoorbeeld in de vorm van een subsidie) zijn voormelde voorwaarden niet van toepassing. Wel dient in een dergelijk geval de gemeenteraad te worden gehoord alvorens het college over het uitlenen van gelden een definitief besluit neemt.

Rechtspraak bij dit artikel