Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 2

Artikel 9

Hoorzitting

Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ambtenarenzaken

1.. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.. Belanghebbende kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De gemachtigde moet een schriftelijke en door de indiener van het bezwaarschrift ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als advocaat of procureur is ingeschreven of de indiener van het bezwaarschrift met de gemachtigde verschijnt. 3.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 4.. Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan: de belanghebbende; het verwerend orgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel