Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2004.

1.. Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. 2.. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden , wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat inde laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoegd op opgepompt. 3.. een:Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4.. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel