Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Aanwijzen van de doelgroepen

Onderdeel van Verordening Wet inburgering Gemeente Almere 2009

1.. Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: a.. de inburgeringsplichtige die gealfabetiseerd is; b.. de inburgeringsplichtige die algemene bijstand ontvangt en een arbeidsverplichting heeft en nog niet op een traject zit en waarbij het traject toegevoegde waarde heeft c.. de inburgeringsplichtige met arbeidsverplichting die een uitkering ontvangt op grond van bij het Besluit inburgering aan te wijzen sociale zekerheidswetten of –regelingen; d.. de inburgeringsplichtige die staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op een adres in Almere; e.. de inburgeringsplichtige die de zorg heeft voor een of meer kinderen jonger dan 18 jaar en die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of uitkering geniet; f.. de inburgeringsplichtige die valt onder de Regeling nalatenschap oude vreemdelingenwet (de zgn. Pardonregeling) en die in het bezit is van een onder deze regeling afgegeven verblijfsvergunning; g.. alle overige inburgeringsplichtigen. 2.. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit de weging van deze voorrangscriteria vast, een en ander met in achtneming van het jaarlijkse voorzieningenplafond. 3.. Het college biedt in ieder geval aan de inburgeringsplichtige die houder van een verblijfsvergunning asiel (voor bepaalde of onbepaalde tijd) of geestelijk bedienaar is een inburgeringsvoorziening aan.

Rechtspraak bij dit artikel