Naar hoofdinhoud
1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 2.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaal- rekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat: a. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 1 (vast bedrag per jaar) van de Tarieventabel, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet tot de maand december nog maanden in het belastingjaar overblijven; b. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 1 (vast bedrag per jaar) van de Tarieventabel, waarvan de dagtekening ligt na 1 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in drie gelijke termijnen; c. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2 (variabel bedrag per lediging) van de Tarieventabel, in zes gelijke termijnen moeten worden voldaan. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervallen de incassotermijnen aan het einde van de maand, waarbij de eerste termijn ten minste tien dagen na de dagtekening van de aanslag valt. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel