Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

- Structureel overleg en advisering Cliënten Beraad Almere (CBA)

Onderdeel van Verordening clientenparticipatie sociale zaken.

1.. In het kader van de cliëntenparticipatie voert het college over zaken die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde onderwerpen structureel overleg (minimaal vier keer per jaar) met het CBA. 2.. Het college laat zich bij het overleg vertegenwoordigen door de directeur van DSZ of een door hem aangewezen plaatsvervanger. 3.. De directeur DSZ of een door hem aangewezen plaatsvervanger is voorzitter van het overleg. 4.. Vanuit DSZ kunnen ook andere medewerkers, zoals beleidsmedewerkers, deelnemen aan het overleg. 5.. Het college zorgt voor ambtelijke ondersteuning van het overleg, alsmede voor vergaderfaciliteiten. 6.. Onderwerpen voor de agenda van het overleg, met bijlagen, worden tijdig schriftelijk aangeleverd (wederzijds) aan DSZ respectievelijk het CBA. De agenda wordt in onderling overleg opgesteld. 7.. De vergaderstukken, evenals andere relevante informatie voor het overleg, worden door de ambtelijke ondersteuning tijdig aan de deelnemers van het overleg verzonden. 8.. Van het overleg verzorgt DSZ binnen zes weken (concept)verslaglegging. 9.. Tussen de portefeuillehouder van het college en het CBA vindt twee keer per jaar overleg plaats. Dit kan gecombineerd worden met voornoemd regulier overleg. 10.. In het kader van de cliëntenparticipatie kan het college het CBA vragen te adviseren over zaken die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde onderwerpen (met uitzondering van het laatste onderwerp). 11.. Het CBA is gerechtigd uit eigen beweging advies uit te brengen aan het college over zaken die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde onderwerpen (met uitzondering van het laatste onderwerp). 12.. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd c.q. uitgebracht, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.Het CBA brengt indien mogelijk binnen zes weken na de adviesaanvraag advies uit.Indien noodzakelijk kan aan het CBA gevraagd worden het advies op kortere termijn uit te brengen. 13.. Het college voorziet het CBA, voor of na besluitvorming, van een gemotiveerde reactie op het ingediende advies. 14.. In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van het CBA, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens wordt aangegeven op welke gronden van het advies wordt afgeweken. 15.. Door het college wordt zorggedragen voor de verstrekking van de nodige informatie aan het CBA, waaronder begrepen alle informatie die noodzakelijk is om alle ontwikkelingen te kunnen volgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel