1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingkwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingkwartaal aanvangt zijn de rechten verschuldigd van zoveel dertiende gedeelten van de voor dat kwartaal verschuldigde rechten als er in dat kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven;
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingkwartaal eindigt, ontstaat aanspraak op een ontheffing voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat kwartaal verschuldigde rechten als er in dat kwartaal, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven.
4. Indien over een aaneengesloten periode van meer dan vier weken geen sprake is geweest van het ter lediging aanbieden van een container wordt geacht sprake te zijn geweest van een tijdelijke beëindiging van de belastingplicht en bestaat dus voor het volle aantal kalenderweken, dat geen gebruik is gemaakt van de rechten, aanspraak op ontheffing van de verschuldigde rechten.
Artikel 6
– Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de per kwartaal verschuldigde rechten
Onderdeel van nr 04.16 Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2010