Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.5

Intrekking en beëindiging

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2012

1.. Het college trekt een besluit genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien: niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens de wet; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, indien de juiste gegevens bekend waren geweest, een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren. 2.. Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in lid 1 en lid 4, wordt het besluit tot verlening van een PGB ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget. 3.. Bij overlijden van de budgethouder eindigt het PGB op de dag gelegen na de dag waarop de budgethouder overlijdt. 4.. Een besluit tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de budgethouder de in artikel 3.7, 4.17 of 6.10 genoemde verplichtingen niet nakomt. 5.. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming binnen zes maanden na de uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor deze was verleend. 6.. Lid 5 is niet van toepassing op het verlenen van een voorziening genoemd in artikel 4.1, onderdeel b. 7.. Bij overlijden van de rechthebbende eindigt de periodieke financiële tegemoetkoming voor vervoer op de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de rechthebbende is overleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel