**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 4, wordt de aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 12, geweigerd indien:
de aanvrager niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning waaraan de voorziening moet worden getroffen;
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek of ten gevolge van een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem, geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college;
de aanvraag betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen en voorzieningen om de toegankelijkheid naar de eigen woonruimte mogelijk te maken;
de aanvraag betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen, bedoeld voor een specifieke doelgroep waarvoor dergelijke voorzieningen algemeen gebruikelijk zijn, en de voorziening bij nieuwbouw of renovatie, zonder noemenswaardige meerkosten door de eigenaar kan worden gerealiseerd;
de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning worden ondervonden;
de aanvraag betrekking heeft op voorzieningen aan hotels of pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
**2..** De individuele voorziening als bedoeld in artikel 14, sub b, wordt geweigerd indien de woningaanpassing een bedrag zoals opgenomen in de door het college vast te stellen nadere regels te boven gaat, binnen een periode van 6 maanden een geschikte of geschikt te maken woning beschikbaar is en de aanvrager zonder gegronde redenen weigert naar deze woning te verhuizen.
**3..** Een tegemoetkoming in de kosten in verband met tijdelijke huisvesting en dubbele woonlasten wordt geweigerd indien de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet redelijkerwijs had kunnen voorkomen dat hij de dubbele woonlasten zou hebben.
Hoofdstuk 3.
Artikel 18.
Weigeringsgronden woonvoorziening
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2012