**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet heeft aanspraak op de voorziening individuele begeleiding op psychosociale grondslag wanneer er sprake is van :
ernstige beperkingen in de sociale redzaamheid;
een ernstige (psychische) ontwrichting van het functioneren van de persoon en het gezin in relatie tot zijn sociale omgeving en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige problemen op het gebied van de sociale redzaamheid.
**2..** Daartoe onderzoekt het college of de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt een gevolg is van een psychosociaal probleem. Het onderzoek omvat in elk geval:
de algemene gezondheidstoestand;
het psychisch en sociaal functioneren;
leefomstandigheden in de woning;
de sociale omstandigheden.
**3..** Afhankelijk van de uitkomst van het in het tweede lid bedoelde onderzoek stelt het college de aard en de omvang van de toe te kennen compenserende voorziening vast.
Hoofdstuk 6.
Artikel 29.
Het recht op individuele begeleiding
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2012