Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar de programmaverantwoording.
Het college legt aan de raad verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:
wat hebben we bereikt (de gerealiseerde maatschappelijke effecten);
wat is ervoor gedaan (geleverde goederen en diensten);
wat heeft het gekost en opgebracht;
hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.
De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.