Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 3

Artikel 10.

Gebruikelijke zorg van huisgenoten

Onderdeel van Nadere regels Wmo gemeente Landgraaf 2012

1.. Indien tot de leefeenheid van de persoon met beperkingen volgens de gegevens van de Gemeentelijke Basis Administratie personen behoren met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, waardoor er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het voeren van de huishouding bestaat, is het college bevoegd de voorziening af te wijzen indien deze huisgenoten geacht kunnen worden gebruikelijke zorg te leveren. 2.. Wanneer de huisgenoot die geacht wordt de gebruikelijke zorg te verlenen een aaneengesloten periode van ten minste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een eenpersoonshuishouden en gaat het college er van uit dat door deze persoon geen gebruikelijke zorg kan worden geleverd. 3.. Voor de bepaling of gebruikelijke zorg beschikbaar is geldt voor het college als uitgangspunt dat: kinderen vanaf 12 jaar, binnen de leefeenheid een bijdrage kunnen leveren aan het voeren van het huishouden, inhoudende lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafel dekken en afruimen, afwassen en afdrogen, kleding in wasmand doen boodschappen doen, hun eigen kamer kunnen opruimen, stofzuigen, bed verschonen; kinderen vanaf 18 jaar tevens in staat zijn tot het schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, maaltijden verzorgen, jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. 4.. Indien huisgenoten op grond van ziekte of aandoeningen aantoonbare beperkingen ervaren bij het uitvoeren van huishoudelijke taken of overbelast zijn of dreigen te geraken waardoor zij de gebruikelijke hulp bij het huishouden niet of niet voldoende kunnen leveren, dan gaat het college over tot compensatie. 5.. In geval de aanvrager een zeer korte levensverwachting heeft kan ter verlichting van de leefeenheid van de aanvrager afgeweken worden van de normering van gebruikelijke zorg.

Rechtspraak bij dit artikel