**1..** Ter uitvoering van het in artikel 2, eerste lid, sub b genoemde resultaat op het gebied van: het voeren van een huishouden, met als resultaat: het wonen in een geschikt huisbeoordeelt het college de noodzaak tot aanpassing van de woning.
**2..** Indien de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld en de kosten van de woningaanpassing € 6.500,- of meer bedragen dient de aanvrager te verhuizen naar een voor hem geschikte en beschikbare woning die voldoet aan het programma van eisen, tenzij hij kan aantonen dat de verhuis- en inrichtingskosten hoger zouden zijn dan de woningaanpassing.
**3..** Indien een passende woning niet binnen 6 maanden nadat de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld, voor de aanvrager beschikbaar is, komt de aanvrager in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de woning.
**4..** In afwijking van het gestelde in het tweede lid kan een tegemoetkoming in de kosten van aanpassing worden verstrekt indien:
de aanvrager in afwachting van een geschikte en beschikbare woning, niet meer in de eigen woning kan blijven wonen;
er medische redenen zijn waarom een verhuizing niet mogelijk is;
er andere redenen zijn waardoor het redelijkerwijs niet van de aanvrager kan worden gevergd om te verhuizen.
**5..** Indien de aanvrager om persoonlijke niet verwijtbare en niet in de compensatieplicht gelegen redenen niet wenst te verhuizen terwijl een geschikte woning binnen 6 maanden beschikbaar is, komt de aanvrager ten hoogste in aanmerking voor de vergoeding ter hoogte van de gebruikelijke verhuis- en inrichtingskosten zoals bedoeld in het zesde lid.
**6..** De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten bedraagt € 2.500,-.
PARAGRAAF 3
Artikel 13.
Individuele woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels Wmo gemeente Landgraaf 2012