Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2

Artikel 8.

Afleggen verantwoording persoonsgebonden budget dan wel financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Nadere regels Wmo gemeente Landgraaf 2012

1.. Degene aan wie een PGB wordt toegekend als bedoeld in artikel 5, lid 2 sub a. (voor hulp bij het huishouden) en artikel 22 (individuele begeleiding), legt binnen zes weken na beëindiging van de verstrekkingsperiode hierover verantwoording af aan het college op een door het college aan te geven wijze, met uitzondering van het vrij besteedbaar deel, zijnde 1,5% van het totaal toegekende bedrag met een minimum van € 250,- en een maximum van € 1.250,- op jaarbasis. Over dit deel behoeft geen verantwoording te worden afgelegd. 2.. Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 5, lid 2, sub b. en d. voor hulpmiddelen wordt toegekend, verstrekt binnen 6 maanden na het verlenen van de voorziening de hierop betrekking hebbende originele factuur aan het college. Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 5 voor een niet bouwkundige woontechnische voorziening is toegekend, legt binnen 6 maanden na het verlenen van de voorziening de hierop betrekking hebbende originele factuur aan het college over. 3.. Degene aan wie een financiële tegemoetkoming dan wel PGB als bedoeld in artikel 5 voor woningaanpassing is toegekend, dan wel de eigenaar van de woning, meldt zo mogelijk binnen een termijn van 12 maanden nadat de tegemoetkoming of het PGB werd verleend, op basis van een door het college aan te reiken gereedmeldingsformulier, inhoudende dat de woningaanpassing is gerealiseerd onder overlegging van de hierop betrekking hebbende originele facturen. 4.. De vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming dan wel het PGB vindt plaats nadat het gereedmeldingsformulier met bijbehorende facturen door het college zijn ontvangen en het college heeft vastgesteld dat de aanpassing heeft plaatsgevonden overeenkomstig het programma van eisen. 5.. Het college is bevoegd de aanvrager van een woningaanpassing al dan niet gefaseerd een voorschot te verlenen van maximaal 80% van het te verstrekken bedrag. 6.. De uitbetaling van de tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten vindt pas plaats indien en zodra de aanvrager een schriftelijk verzoek hiertoe heeft ingediend onder overlegging van de bewijsstukken dat hij naar een woning die aan het programma van eisen voldoet, is verhuisd of gaat verhuizen. 7.. Indien de financiële tegemoetkoming dan wel het PGB niet of niet voldoende wordt verantwoord, wordt het bedrag dat niet verantwoord is niet uitbetaald dan wel indien betaling al heeft plaatsgevonden, van de aanvrager teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel