Naar hoofdinhoud
1.. De Rekenkamer legt zijn bevindingen bij de uitoefening van de in artikel 4 genoemde taak vast in een concept-rapport. 2.. De Rekenkamer legt het concept-rapport voor aan het verantwoordelijke bestuursorgaan, c.q. de instelling of het bedrijf waar het onderzoek zich op heeft gericht, met een verzoek de inhoud binnen een nader door de Rekenkamer te bepalen termijn te toetsen op feitelijke correctheid en volledigheid. 3.. Na ontvangst van de reactie respectievelijk het uitblijven daarvan binnen de in het vorige lid bedoelde termijn legt de Rekenkamer zijn bevindingen vast in een eindrapport. Eventueel kan eerst nog aanvullend onderzoek plaatsvinden of aanvullende adviezen worden ingewonnen. 4.. De Rekenkamer legt het eindrapport voor aan het verantwoordelijke bestuursorgaan met een verzoek binnen een nader door de Rekenkamer te bepalen termijn een formele schriftelijke reactie op de onderzoeksconclusies en de adviezen te geven. In deze reactie wordt o.m. aangegeven in hoeverre en op welke wijze de aanbevelingen in het rapport zullen worden opgevolgd en uitgevoerd, en waarom van de aanbevelingen zal worden afgeweken. 5.. Deze reactie wordt bijgesloten in het eindrapport. 6.. Na ontvangst van deze reactie respectievelijk het uitblijven daarvan binnen de in het vorige lid bedoelde termijn, biedt de voorzitter van de Rekenkamer het eindrapport tijdens een perspresentatie aan de voorzitter van de raad aan. Het rapport is daarmee openbaar. 7.. De Rekenkamer verzoekt vervolgens het presidum van de raad het eindrapport ter behandeling in de raad te stellen. 8.. Van bovenstaande lijn kan afgeweken worden, c.q. bovenstaande lijn kan worden verbijzonderd, mits dit in de projectopdracht tevoren is vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel