Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter stellen na hun aantreden een concept-onderzoekprogramma voor hun zittingsperiode op, dat ter kennisneming aan de raad wordt aangeboden. 2.. Het onderzoekprogramma kan op verzoek van de raad tussentijds aangepast worden door de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter. 3.. Het onderzoekprogramma bevat een prioritering van onderzoekonderwerpen, alsmede een raming van uitvoeringsbudgetten. 4.. Onderzoekonderwerpen worden aangedragen door de Rekenkamer en/of door overige raadsleden. 5.. Voor plaatsing op het onderzoekprogramma komen alleen onderwerpen in aanmerking die: de financiën, organisatie of resultaten van een gemeentelijke beleidsveld of –thema betreffen, in besluitvorming en/of uitvoering afgerond zijn op de te onderzoeken onderdelen of fasen, geen betrekking hebben op individuele personen.

Rechtspraak bij dit artikel