Bij het oordeel van het college over de mate waarin de belanghebbende is tekortgeschoten wordt meegewogen in hoeverre diens gedraging hem te verwijten valt. Hiermee wordt recht gedaan aan de omstandigheden in het individuele geval. Het zal in het algemeen nodig zijn om de belanghebbende te horen.
Deze weging kan zowel tot een lagere als tot een hogere maatregel leiden dan als geregeld in de artikelen 3, 4 en 6. Let wel: bij het ontbreken van elke verwijtbaarheid wordt geen maatregel opgelegd.
In het tweede lid wordt gedoeld op gevallen waarin sprake is van herhaald verwijtbaar gedrag (recidive). Dat zal dus meestal leiden tot een hogere maatregel.
Het begrip recidive wordt in de nadere regels als bedoeld in artikel 2 tweede lid van deze verordening uitgewerkt.
Hoofdstuk
Artikel 7
Weging van het gedrag
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2012 gemeente Velsen