De raad beslist in de raadsvergadering waarvoor het conceptbesluit is geagendeerd:
of het inleidend verzoek een conceptraadsbesluit betreft waarover, gelet op artikel 2, een referendum kan worden gehouden en
of het verzoek voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen en
of er voldoende financiële middelen zijn om een referendum te houden.
De raad kan zijn beslissing ten hoogste verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering.
Indien de raad van mening is dat over het conceptraadsbesluit een referendum kan worden gehouden, wordt het raadsvoorstel op de gebruikelijke wijze behandeld.
Na de behandeling kiest de raad ervoor om
ofwel het besluit aan te houden tot dat de beslissing als bedoeld in artikel 8 lid 2 is genomen dan wel de uitslag van het te houden referendum vastgesteld is;
ofwel een besluit te nemen en daarbij te bepalen dat de inwerkingtreding van het raadsbesluit wordt opgeschort totdat de beslissing als bedoeld in artikel 8 lid 2 is genomen, of een beslissing naar aanleiding van de uitslag van het te houden referendum is genomen.
De beslissing op het inleidend verzoek wordt binnen een week na de raadsvergadering aan de indiener van het verzoek bekendgemaakt.