Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 12.

Verantwoording

Onderdeel van Algemene subsidieverordening

1.. Tenzij door het college anders is bepaald, legt de ontvanger van een incidentele subsidie binnen twaalf weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, rekening en verantwoording af aan het college over de uitgevoerde activiteit en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 2.. Tenzij door het college anders is bepaald, legt de ontvanger van een structurele subsidie voor 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarvoor een subsidie is verleend, rekening en verantwoording af aan het college over de uitgevoerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 3.. De jaarrekening omvat minimaal een staat van baten en lasten, een balans en toelichtingen daarop. De jaarrekening moet op dezelfde wijze zijn ingericht als de bij de aanvraag tot subsidieverlening ingediende begroting. 4.. Het verantwoordingsverslag of jaarverslag bevat minimaal een beschrijving van de werkwijze en van de resultaten van de activiteiten. 5.. Bij subsidies hoger of gelijk aan 50.000 euro is de subsidieontvanger verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in accountantsrapport en een accountantsverklaring die inzicht geven in de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoording. 6.. Wanneer de subsidieontvanger de verantwoording niet tijdig of onvolledig indient, kan het college besluiten om de subsidie lager vast te stellen. 7.. Het college kan in bijzondere gevallen uitstel verlenen van de verplichting om voor een bepaalde datum rekening en verantwoording af te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel