Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 31

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Westrom

1.. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 15 april een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar, voorzien van een memorie van toelichting aan de raden van de gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst daarvan het dagelijks bestuur schriftelijk van hun gevoelens doen blijken. 2.. Het dagelijks bestuur dient jaarlijks voor 1 juni bij het algemeen bestuur de ontwerpbegroting voor het komende dienstjaar in, voorzien van een memorie van toelichting. Bij deze zijn gevoegd de reacties van de raden van de gemeenten op de toegezonden stukken als omschreven in het eerste lid. 3.. Het algemeen bestuur stelt vervolgens voor 1 juli de begroting vast. 4.. Het algemeen bestuur deelt de vaststelling zo spoedig mogelijk mee aan de raden der gemeenten. 5.. Het algemeen bestuur zendt de begroting vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten. 6.. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing. 7.. In de begroting wordt een raming gemaakt voor de door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de regeling.

Rechtspraak bij dit artikel