Naar hoofdinhoud
Als personen zelfstandig wonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen (zoals woongroepen, kamerverhuur, kloosterlingen) wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van het systeem. Een eventuele indicatie hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte/kamers van de belanghebbende en indien alle bewoners hulpbehoevend zijn, een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten. Bij mensen die zijn opgenomen in een intramurale AWBZ-instelling hoort het huishoudelijke werk nadrukkelijk bij het pakket dat door de AWBZ wordt geboden, zodat hier geen ruimte meer is voor hulp bij het huishouden op basis van de Wmo. Maar aanleunwoningen die men van een woningbouwvereniging huurt en waar men hulp ontvangt vanuit een nabijgelegen AWBZ-instelling vallen wat huishoudelijk werk betreft wel onder de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel