Om de omvang van de hulp te bepalen ten aanzien van de activiteiten die de belanghebbende niet zelf kan uitvoeren, wordt gebruik gemaakt van normtijden voor de verschillende activiteiten. Deze normtijden zijn richtinggevend voor het bepalen van het aantal uren hulp dat men krijgt bij hulp in natura of bij het bedrag wat men ontvangt bij een Pgb, te besteden aan een individueel in te huren hulp. Door gebruik te maken van normtijden is er sprake van een zo objectief mogelijke beoordeling die voor iedereen hetzelfde is.
De uiteindelijke omvang van de hulp is een optelsom van de normtijden van de afzonderlijke activiteiten zoals genoemd in dit artikel.
Indien hulp bij het huishouden verstrekt wordt in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt de hoogte van het budget bepaald aan de hand van het aantal geïndiceerde uren/minuten, vermenigvuldigd met het bijbehorende uurtarief.
In bijzondere situaties kan altijd naar boven of naar beneden worden afgeweken. Het is niet zo dat onbeperkt aan allerlei verzoeken tegemoet wordt gekomen. Aan welke verzoeken wel tegemoetgekomen wordt is een individuele afweging. Bij de vaststelling van de normtijden is uitgegaan van de dagelijkse gang van zaken, gebruikmakend van algemeen gebruikelijke hulpmiddelen (zoals schoonmaakmiddelen, een (af)wasmachine of een droger). De normtijden zijn afhankelijk van de grootte van de woning en de samenstelling van het huishouden/leefeenheid. Uitgangspunt is daarbij een “gemiddelde situatie”, waarbij het uitgangspunt is dat als de aangevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau sociale woningbouw deze niet voor vergoeding in aanmerking komt. Uiteraard is in individuele situaties af te wijken van deze regelgeving.
In ieder geval wil dit zeggen dat woningen die veel groter zijn dan woningen in de sociale woningbouw niet volledig onder de compensatieplicht vallen. In een individuele beoordeling zal afgewogen worden of bijvoorbeeld niet gebruikte ruimten of ruimten die niet noodzakelijkerwijs gebruikt hoeven te worden, meegewogen worden in de bepaling van de omvang van de noodzakelijke hulp. Daar staat tegenover dat zeer kleine woningen tot een reductie van tijd kunnen leiden.
Als uit het onderzoek is gebleken dat belanghebbende hulp in de huishouding nodig heeft en er sprake is van een stabiele (gezins)situatie, dan kan de ondersteuning bestaan uit:
De in te zetten ondersteuning voor hulp bij het huishouden kan bestaan uit de volgende onderdelen:
zware huishoudelijke werkzaamheden.
lichte huishoudelijke werkzaamheden;
verzorging van de brood- en warme maaltijd;
verzorging kleding/linnengoed;
boodschappen doen voor het dagelijkse leven;
anderen helpen in huis met zelfverzorging en/of maaltijdbereiding;
dagelijkse organisatie van het huishouden;
hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische stoornissen;
advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14.1
Algemene voorwaarden omvang hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012