In het geval men verhuist zonder dat hier op grond van ergonomische beperkingen aanleiding toe is,
wordt gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende. De gemeente verstrekt woonvoorzieningen in principe voor langdurig gebruik. Dit betekent dat een eventuele aanpassing van de nieuwe woning door de belanghebbende zelf gefinancierd moet worden.
Alleen belanghebbenden die verkeren in een overmacht situatie waardoor het noodzakelijk is dat zij verhuizen, kunnen opnieuw voor een woningaanpassing of het aanbrengen van roerende woonvoorzieningen in aanmerking komen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een noodzakelijke verhuizing in verband met werkaanvaarding van de belanghebbende of partner of overlijden van een partner waardoor de belanghebbende niet langer in staat is de woning te betalen of te onderhouden.
Met deze bepaling wordt voorkomen dat woningaanpassingen moeten worden vergoed aan personen die met voorbedachte rade en zonder dat er sprake is van overmacht of noodzaak, verhuizen naar een inadequate woning.
Voor personen met een beperking die in een aangepaste woning wonen moet het wel mogelijk zijn om een normale “wooncarrière” door te maken, ook als er wordt verhuisd van een adequate naar een minder- of inadequate woning. Hierbij gelden uiteraard wel voorwaarden: deze wijziging is geen vrijbrief om zomaar naar elke zeer ongeschikte woning te verhuizen. Er mag verwacht worden dat tijdig gezocht is/wordt naar de meest geschikte woning en dat dit ook te onderbouwen is en verder mag verwacht worden dat voordat tot koop of huur overgegaan wordt, tijdig overleg met de gemeente wordt gevoerd.
HOOFDSTUK 4
Artikel 17.13
Frequentie van woningaanpassingen/verstrekken woonvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012