Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 22

ROLSTOEL VOOR AWBZ-BEWONERS

Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012

Bewoners van AWBZ-instellingen, die ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen is erkend, komen slechts voor een rolstoel in aanmerking indien zij vanuit de AWBZ geen rolstoel krijgen. Hiervan zal sprake zijn als artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken (Bza) AWBZ van toepassing is. Artikel 15 Bza luidt: "Voor zover gepaard gaande met verblijf in dezelfde instelling, omvat de zorg, bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14, tevens: geneeskundige zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg; farmaceutische zorg; hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg; tandheelkundige zorg; kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling; het individuele gebruik van een rolstoel. De zorg, bedoeld in het eerste lid, aanhef, omvat niet het verkrijgen van onderwijs, kleedgeld en zakgeld." De zorg als bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14 bestaat uit: de functie behandeling, ziekenhuiszorg en revalidatiezorg. Dat betekent dat wanneer er sprake is van: de AWBZ functie verblijf en behandeling, ontvangen in dezelfde instelling; verblijf in een ziekenhuis; verblijf in een revalidatiecentrum; de rolstoel verstrekt wordt via de AWBZ. Wie in een ziekenhuis of revalidatiecentrum bezig is terug te gaan naar huis zal uiteraard een rolstoel aanvragen in het kader van de Wmo. Bewoners van een gezinsvervangend tehuis, een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW) en een verzorgingshuis ontvangen normaliter geen behandeling in de instelling. Weliswaar vindt in sommige verzorgingshuizen de behandeling plaats binnen (verpleegunits in) verzorgingshuizen, maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt echter bij het verpleeghuis waarbij de verpleegunit is opgenomen in de toelating van het verpleeghuis. In dat geval kunnen deze bewoners in aanmerking komen voor een rolstoel in het kader van de Wmo. Bewoners van AWBZ-instellingen die recht hebben op een AWBZ-rolstoel, krijgen een individueel aangepaste rolstoel in bruikleen van de instelling waar zij verblijven (artikel 3, lid 1 Regeling zorgaanspraken AWBZ). Zorgzwaartepaketten De indicaties voor de functie Verblijf en overige functies, worden in de vorm van Zorgzwaartepaketten (ZZP’s) geïndiceerd. In onderstaande tabel staat aangegeven welke ZZP’s de functie Verblijf en Behandeling bevatten waarvoor artikel 15 Bza geldt. Alleen als er sprake is van één van deze ZZP’s, en deze ook daadwerkelijk worden ontvangen door de belanghebbende in dezelfde instelling, is er dus geen compensatieplicht vanuit de Wmo voor een rolstoelvoorziening. Het is dus van belang en na te gaan welke ZZP indicatie een belanghebbende heeft, maar ook of deze (in ieder geval de functie verblijf én behandeling) daadwerkelijk wordt ontvangen in dezelfde instelling. Bij twijfel kan hierover contact worden opgenomen met de contactpersoon van het Zorgkantoor Rotterdam. SECTOR SUBCATEGORIE ZZP Verpleging en verzorging (V&V) - 3 t/m 10 Gehandicaptenzorg (GZ) Verstandelijk gehandicapt (VG) 3 t/m 7 Licht verstandelijk gehandicapt (VG) 1 t/m 5 Sterk gedragsgestoord, licht verstandelijk gehandicapt (SGLVG) 1 Lichamelijk gehandicapt (LG) 3 t/m 7 Zintuiglijk gehandicapt, Auditief en communicatief (ZG auditief en communicatief) 1 t/m 4 Zintuiglijk gehandicapt, Visueel (ZG visueel) 3 t/m 5 Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Voortgezet verblijf met begeleiding (B-groep) B 1b t/m 7b Tabel 2, overzicht Zorgzwaartepaketten waarvoor artikel 15 Bza geldt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel