Het vervoer naar bijvoorbeeld dagopvang of dagverzorging valt in principe niet onder de
Wmo-compensatieplicht. Veelal zal dit door de AWBZ vergoed worden en dan geldt artikel 2 van de Wet. Medische noodzaak, het al dan niet (overwegend) therapeutische karakter van de dagopvang en de erkenning/financiering van de dagopvang op basis van de AWBZ spelen volgens de jurisprudentie een
rol. Heeft de dagopvang een overwegend therapeutisch karakter, of wordt die erkend of gefinancierd in
AWBZ-kader, dan is er aanleiding om het vervoer in verband daarmee niet te beschouwen als vervoer in het kader van het leven van alledag. De AWBZ zal dan verantwoordelijk zijn voor het vervoer.
Als gemeenten (of anderen) dagopvang opzetten dan betreft het vervoer van en naar deze dagopvang verplaatsingen die niet onder de AWBZ vallen. Deze hebben dan duidelijk tot doel mensen te laten meedoen, zodat die verplaatsingen onder de compensatieplicht van de Wmo vallen. Aanvragen voor vervoersvoorzieningen met dit doel zullen daarom kritisch moeten worden beoordeeld.
HOOFDSTUK 6
Artikel 25.4
Vervoer in verband met dagopvang/dagverzorging
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012