Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 27.6

Een al dan niet aangepaste bruikleenauto

Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012

Binnen het gemeentelijke beleid is de (bruikleen)auto het sluitstuk van de vervoersvoorzieningen. In alle gevallen is het verstrekken van een (bruikleen)auto de duurste oplossing en daarom komt deze optie alleen aan de orde als er geen andere oplossing mogelijk is. Met de verstrekking van deze voorziening komt de gemeente tegemoet aan alle vervoersbehoeften van de belanghebbende. Dit omdat de aanvrager geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, het CAV of andere, goedkopere vervoersvoorzieningen (vervoerskostenvergoeding voor taxi of rolstoeltaxi, scootmobiel, rolstoel, enzovoorts), terwijl ook een combinatie van vervoersvoorzieningen niet afdoende is. Een bruikleenauto wordt bovendien alleen verstrekt als de aanvrager in het bezit is van een rijbewijs en voor zijn verplaatsingsprobleem beslist is aangewezen op een auto (bijvoorbeeld als een aanvrager vanwege medische redenen geen gebruik kan maken van een open buitenwagen vanwege hart- of longklachten, intolerantie voor koude, et cetera. Dit ter beoordeling van de arts). Dit wordt bepaald na een individuele beoordeling van de aanvraag. De gemeente bepaalt welk type bruikleenauto ter beschikking wordt gesteld, daarbij houdt zij rekening met de prijs van een zogenaamde referentieauto. Op de brandstofkosten na worden alle overige kosten die samenhangen met het gebruik van de auto door de gemeente vergoed.

Rechtspraak bij dit artikel