Het goed kunnen omgaan met een verplaatsingsmiddel vereist een zekere vaardigheid die door middel van training kan worden verkregen. Indien de belanghebbende niet kan omgaan met het verplaatsmiddel kan niet worden gesproken van een adequate voorziening. Daarom kan een verplaatsingsmiddel op grond van de Wmo in de vorm van training aan de orde zijn. Indien training nodig is, dan zijn er in basis twee mogelijkheden:
training om te beoordelen of belanghebbende op basis van zijn/haar mogelijkheden en beperkingen in staat is met het verplaatsingsmiddel om te gaan; kortom of belanghebbende voldoende rijvaardig en rijgeschikt is;
training om belanghebbende vertrouwd en gewend te laten raken met het verplaatsingsmiddel.
(Medische) rijgeschiktheid is de mate waarin een belanghebbende voldoet aan geestelijke en lichamelijke eisen om met een (al dan niet aan de beperkingen aangepast) vervoermiddel veilig aan het verkeer kunnen deelnemen. Dit is een medische beoordeling.
Rijvaardigheid is de mate waarin een persoon in staat is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.
De training waarbij een belanghebbende langdurig getraind moet worden en daarna beoordeeld of belanghebbende überhaupt in staat is om adequaat van de vervoersvoorziening gebruik te maken, valt onder de deskundigheid van de ergotherapeut. Dergelijke rijlessen vallen niet onder Wmo maar onder eerstelijns ergotherapie. Vergoeding hiervan geschiedt via de ziektekostenverzekering (veelal na een verwijzing van de huisarts of specialist).
Als een belanghebbende wel geschikt geacht wordt om veilig met een vervoersvoorziening om te gaan, maar nog niet helemaal vertrouwd is met het middel, dan kan de belanghebbende gewenningslessen krijgen. In het kader van de Wmo kunnen maximaal drie gewenningslessen vergoed worden. Gewenninglessen kunnen plaatsvinden voorafgaand aan of direct na aflevering van de voorziening.
Bij de aflevering van een voorziening geeft de leverancier altijd instructies over het gebruik.
Deze instructies hebben echter niet het karakter van een uitgebreide les. Voordat een vervoersvoorziening aan de belanghebbende wordt verstrekt, moet vaststaan dat belanghebbende hiervan veilig gebruik kan maken.
HOOFDSTUK 6
Artikel 29.3
Rijvaardigheid en gewenningslessen
Onderdeel van Beleidsregel Wmo individuele voorzieningen gemeente Capelle aan den IJssel 2012