De aanvraag om plaatsing van een woonvoorziening in het referentiebudget of een persoonsgebonden budget als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning (ten gevolg van ziekte of gebrek) geen aanleiding bestond en er geen andere door het college te bepalen redenen aanwezig waren;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen, verbreding van toegangsdeuren, drempelhulpen en vlonders en een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het woongebouw;
De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruime die niet geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen bij het normale gebruik van de woning zijn ondervonden, niet eerder een tegemoetkoming is verleend in verband met dezelfde beperkingen, de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt.
Hoofdstuk
Artikel 28.
Beperkingen.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almere