Een persoon met beperkingen kan voor een in artikel 34, eerste lid vermelde individuele vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek:
het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken ervan onmogelijk maken, én.
het gebruik van een collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 33 onder a. of c onmogelijk maken, én;
de persoon met beperkingen voldoet aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot individuele voorzieningen.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 36.
Recht op plaatsing van een individuele vervoersvoorziening in het referentiebudget of een persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almere