Een persoon met beperkingen kan voor een in artikel 34, eerste lid vermelde individuele vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek:

  • - het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken ervan onmogelijk maken, én.
  • - het gebruik van een collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 33 onder a. of c onmogelijk maken, én;
  • - de persoon met beperkingen voldoet aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot individuele voorzieningen.