1. Het belasting moet worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste
termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die in
de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn
steeds één maand later.
2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien het totaalbedrag van de op
één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedraagt, de heffing betaald in
acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt
op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
later.
3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
tweede lid gestelde termijnen.